Soorten spinnen

Van de gewone huisspin tot de gevreesde vogelspin: de meeste mensen vinden spinnen griezelige dieren. Sommige soorten zijn onschuldig, maar andere zijn giftig. In dit hoofdstuk komt u meer te weten over hun gewoonten.

Gewone huisspin

(Family diaspidae)

Uitzicht

  • Volwassen – lichaamslengte zonder de poten 6 – 10 mm. Geelbruin lichaam met onduidelijke markeringen. Buik lichtgrijs/bruin met korte haartjes.

Levenscyclus

  • De eierzak die door het vrouwtje wordt gemaakt, is bolvormig en bedekt met een zijdeachtige laag. Hij wordt binnen de webstructuur verwerkt.
  • Het mannetje paart verschillende keren met het vrouwtje voor hij sterft.
  • Volwassen dieren kunnen verschillende jaren leven.

Gewoonten

  • Ze komen voor in gebouwen, schuren en muren.
  • Deze spin maakt een fijn geweven web.

Gele zakspin

(Cheiracanthium)

Uitzicht

  • Bleek van kleur, het achterlijf kan geel of beige zijn met over de hele lengte een vage donkere streep.
  • 6 tot 10 mm lang.
  • 4 paar poten, het eerste paar langer dan het vierde paar.
  • Acht even grote donkere ogen gerangschikt in twee horizontale rijen

Levenscyclus

  • Het vrouwtje produceert ongeveer 5 eizakjes met elk 30 tot 48 eitjes. Het vrouwtje kan tijdens haar leven meerdere eitjesmassa's produceren.
  • De eitjes worden in het najaar gelegd.
  • Het daaropvolgende voorjaar komen de kleine spinnetjes tevoorschijn.
  • Ongeveer 30 % van de volwassen mannetjes wordt na de paring door het vrouwtje opgegeten.

Gewoonten

  • Voedsel - meestal kleine insecten.
  • Locatie – Ze bouwen in een beschermde omgeving een zijden buis of zak (in plaats van een web) die wordt gebruikt als toevluchtsoord waarin ze zich overdag kunnen terugtrekken.
  • Buiten kan dit in een blad zijn of onder een boomstam; binnen kan dit aan een wand of plafond zijn of achter schilderijen en boekenplanken. Ze leven doorgaans buiten, maar zullen zich binnen ophouden als daar kleine insecten aanwezig zijn.
  • Aangenomen wordt dat ze in het najaar woningen binnengaan, omdat de voedselvoorraad buiten dan afneemt.
  • Zichtbaar - Volwassen spinnen kunnen van april tot en met november gevonden worden. Ze gaan vooral 's nachts op zoek naar voedsel. Als ze gestoord worden, laten ze zich op de grond vallen om daar dekking te zoeken.
  • Beet - Een beet is scherp en pijnlijk en veroorzaakt erytheem (huidontsteking) en zwelling. Er kan een striem ontstaan met gevoelloos weefsel. Het kan acht weken duren voordat dit weer geheeld is. Pijn of gevoelloosheid ter plaatse van de beet kan worden gevolgd door zweten en misselijkheid gedurende maximaal 24 uur.

Hooiwagen

(Phalangium opilio)

Uitzicht

  • Volwassen – lichaam van 3,5–9 mm. Het bovenste oppervlak van het lichaam heeft een lichtgrijs/bruin patroon, terwijl de onderkant meestal roomwit van kleur is.

Levenscyclus

  • De vrouwtjes leggen hun eitjes in een vochtige ondergrond.
  • De eitjes overleven de winter en komen in de lente uit.
  • Er wordt per jaar maar één groep eitjes gelegd.

Gewoonten

  • Ze leven in velden en bossen en klimmen op boomstammen of zoeken op de grond naar voedsel.
  • Ze voeden zich met vele geleedpotigen, maar ook bladluizen, rupsen, keverlarven en kleine slakken.

Tarantula of vogelspin

(Genus aphonopelma)

Uitzicht

  • Volwassen lichaamslengte zonder de poten 2,5 – 13 cm. De meeste tarantula's hebben een zwart of bruin, harig lichaam en dito poten, maar er zijn ook soorten met opvallende kleuren.

Levenscyclus

  • De paartijd is in de herfst. Het duurt 6-9 weken voor de jongen uitgebroed zijn en elk vrouwtje legt 500-1000 eitjes in een zijdeachtige cocon. De jongen verlaten hun hol na 2-3 weken.
  • Ze leven 25-40 jaar.

Gewoonten

  • Er bestaan meer dan 110 genussen en meer dan 800 soorten tarantula's.
  • Tarantula's leven bij voorkeur in een droge, goed gedraineerde grond, waar ze een hol graven dat bedekt wordt met een zijdeachtig web.

Trechterspin

(Familie agelenidae)

Uitzicht

  • Maximaal 4 cm lang.
  • Donkerbruin/zwart van kleur.
  • Glad/glimmend schild.
  • Ze zijn genoemd naar de vorm van hun web.

Levenscyclus

  • Ze bereiken het volwassen stadium na 2 tot 4 jaar.
  • Mannetjes leven na het bereiken van het volwassen stadium maximaal 9 maanden, terwijl vrouwtjes nog wel 10 jaar kunnen leven.
  • Deze spinnen zijn het hele jaar actief – ze houden geen winterslaap.
  • De vrouwtjes blijven meestal in hun schuilplaats, terwijl de mannetjes op zoek gaan naar een partner.

Gewoonten

  • De meeste trechterspinnen weven 's nachts hun web.
  • Ze leven onder stenen, in verrotte boomstammen of in dicht kreupelhout. Ze houden niet van droge lucht en laten zich alleen zien bij vochtige weersomstandigheden of bij natte weersomstandigheden wanneer hun schuilplaats onderloopt.
  • Ze bewegen zich zeer snel.
  • Ze weven grote, trechtervormige webben - maximaal 100 keer zo groot als zij zelf - met een ‘struikeldraad’ die hen waarschuwt bij beweging.
  • Niet alle Trechterspinnen zijn giftig.

Veldnachtwolfspin

(Trochosa ruricola)

Uiterlijk

  • Volwassen vrouwtje: 8 mm; mannetje: 6 mm. Ze zijn doorgaans bruin tot grijs van kleur.

Ontwikkeling

  • De vrouwelijke wolfspinnen dragen hun eierzakken met zich mee. Ze hangen vast aan het spinorgaan onder de buik.
  • Wanneer de jonge spinnetjes uitkomen, klimmen ze op de rug van hun moeder, waar ze de eerste weken van hun leven doorbrengen.

Leefwijze

  • Ze jagen ’s nachts en verstoppen zich overdag tussen mos en rottend materiaal.
  • Ze leven in een ondiep hol met een open en onbeschermde ingang.

Vioolspin

(Loxosceles reclusa)

Uitzicht

  • 6 tot 20 mm lang.
  • Bruin of diepgeel van kleur.
  • Lange, met haren bedekte, dunne, bruine poten.
  • Zes ogen, in paren gerangschikt in een halve cirkel.
  • Vioolspin genoemd vanwege de vioolvormige markering op het rugschild die van de kop in de richting van het achterlijf wijst.

Levenscyclus

  • De eitjes worden voornamelijk in de periode van mei tot juli gelegd.
  • Het vrouwtje legt ongeveer 50 eitjes in een gebroken witte, zijdeachtige zak met een doorsnede van circa 17 mm.
  • Ongeveer één maand later verschijnen de kleine spinnetjes.
  • Het duurt gemiddeld één jaar voordat het volwassen stadium wordt bereikt.
  • Volwassen vioolspinnen kunnen 1 tot 2 jaar leven.

Gewoonten

  • Locaties - Ze geven de voorkeur aan afgezonderde, donkere, ongestoorde plekjes, zowel binnen als buiten. Binnen kunnen ze gevonden worden in zolders, kelders, kasten, buizen, opslagdozen, schoenen of achter meubilair. Buiten kunnen ze gevonden worden in stallen, schuren, garages, onder boomstammen, losse stenen en houtstapels
  • Voedsel - Ze geven de voorkeur aan dode insecten. Ze kunnen ongeveer 6 maanden zonder voedsel of water.
  • Zichtbaar - De zak dient als toevluchtsoord waarin ze zich overdag kunnen terugtrekken. Ze gaan vooral 's nachts op zoek naar voedsel.
  • Beet – Ze bijten alleen wanneer ze geplet, opgepakt of gestoord worden. Zowel het mannetje als het vrouwtje is giftig. De reactie van een mens op een beet hangt af van de hoeveelheid geïnjecteerd gif en de gevoeligheid van de betreffende persoon voor het gif: sommige mensen hebben nergens last van, anderen voelen een speldenprik, nog anderen ervaren een stekend gevoel gevolgd door hevige pijn. Sommigen zijn zich gedurende 2 tot 8 uur niet van de beet bewust.

Zebraspin

(Salticus scenicus)

Uitzicht

  • Volwassen lichaamslengte zonder de poten 5 – 6 mm. Lichaam met zwarte en witte strepen. De poten zijn kort, stevig en harig

Levenscyclus

  • De vrouwtjes blijven bij hun eierzakjes en bewaken de pas uitgekomen jongen. De spinnenjongen verlaten de moeder als ze twee keer verveld zijn.

Gewoonten

  • Komen voor in huizen en tuinen.
  • Ze jagen op hun prooi en maken dus geen web.
  • Men ziet ze vaak springen.

Rentokil: uw partner in ongediertebestrijding

Meer lezen over onze expertise bij u in de buurt

Postcode

Bedrijven

0800 20 123

Particulieren

0800 20 160