Waarschijnlijk de meest voorkomende en wijdverspreide slang in Afrika. Komt voor op het hele continent met uitzondering van woestijnen en dichtbeboste gebieden.
Uiterlijk
Twee grote giftanden voorin de bovenkaak.
Stevige tanden in beide kaken.
Gemiddelde lengte ongeveer 1 meter, maar zeer breed; er zijn slangen met een breedte van 40 cm gezien.
Stompe en afgeronde kop die veel breder is dan de nek en de rest van het lichaam; bijna driehoekig van vorm.
Vaak twee giftanden in de kaak die beide functioneel kunnen zijn.
De kleur varieert al naar gelang de geografische locatie, maar de kop heeft meestal 2 donkere banden; één bovenop de kop en één tussen de ogen.
De kleur varieert van matgeel tot lichtbruin en zelfs oranje of roodbruin. Mannetjes hebben soms opvallende gele en goudkleurige patronen.
De slang heeft V-vormige patronen op de hele lengte van zijn rug, die lichter worden in de richting van de staart.
De kleur van de iris varieert van goud tot zilvergrijs.
De buik is geel of wit van kleur met een aantal donkerdere vlekken.
Giftigheid
Zeer giftig; één van de meest giftige slangen. Cytotoxisch (doodt de lichaamscellen) en neurotoxisch (tast het centrale zenuwstelsel van het slachtoffer aan).
Beet
Ter plaatse van de wond zijn twee tandafdrukken zichtbaar en de beet is pijnlijk.
Binnen 10 tot 30 minuten ontstaat er een zwelling.
Ontwikkeling
Het vrouwtje produceert een feromoon om mannetjes aan te trekken.
Het vrouwtje krijgt grote aantallen jongen; gemiddeld 50 tot 60.
De pasgeboren jongen zijn 12 tot 18 cm lang.
De pasgeboren jongen hebben een gouden patroon op hun kop.
Leefwijze
De slang leeft meestal in rotsachtige graslanden, omdat hij nogal traag is en zich beschermt door middel van camouflage.
Hij leeft voornamelijk op het land, maar is een goede zwemmer die ook nog kan klimmen.
Wordt vaak gezien naast voetpaden, liggend in de zon. Bij nadering van een 'indringer' blijft hij meestal stil liggen.
Bijt zeer graag en is in staat met zeer grote snelheid aan te vallen, vanaf een afstand van ongeveer één derde van zijn lichaamslengte.
Meestal 's nachts actief.
Gaat niet graag op zoek naar voedsel en jaagt ook niet graag; hij valt zijn prooi vanuit een hinderlaag aan als deze toevallig voorbij komt.
Zijn voedsel bestaat uit zoogdieren, vogels, hagedissen en amfibieën.