Pofadder

Bitis arietans

Geografische informatie

Afbeelding Pofadder (Latijn: Bitis arietans)
  • Waarschijnlijk de meest voorkomende en wijdverspreide slang in Afrika. Komt voor op het hele continent met uitzondering van woestijnen en dichtbeboste gebieden.

Uiterlijk

  • Twee grote giftanden voorin de bovenkaak.
  • Stevige tanden in beide kaken.
  • Gemiddelde lengte ongeveer 1 meter, maar zeer breed; er zijn slangen met een breedte van 40 cm gezien.
  • Stompe en afgeronde kop die veel breder is dan de nek en de rest van het lichaam; bijna driehoekig van vorm.
  • Vaak twee giftanden in de kaak die beide functioneel kunnen zijn.
  • De kleur varieert al naar gelang de geografische locatie, maar de kop heeft meestal 2 donkere banden; één bovenop de kop en één tussen de ogen.
  • De kleur varieert van matgeel tot lichtbruin en zelfs oranje of roodbruin. Mannetjes hebben soms opvallende gele en goudkleurige patronen.
  • De slang heeft V-vormige patronen op de hele lengte van zijn rug, die lichter worden in de richting van de staart.
  • De kleur van de iris varieert van goud tot zilvergrijs.
  • De buik is geel of wit van kleur met een aantal donkerdere vlekken.

Giftigheid

  • Zeer giftig; één van de meest giftige slangen. Cytotoxisch (doodt de lichaamscellen) en neurotoxisch (tast het centrale zenuwstelsel van het slachtoffer aan).

Beet

  • Ter plaatse van de wond zijn twee tandafdrukken zichtbaar en de beet is pijnlijk.
  • Binnen 10 tot 30 minuten ontstaat er een zwelling.

Ontwikkeling

  • Het vrouwtje produceert een feromoon om mannetjes aan te trekken.
  • Het vrouwtje krijgt grote aantallen jongen; gemiddeld 50 tot 60.
  • De pasgeboren jongen zijn 12 tot 18 cm lang.
  • De pasgeboren jongen hebben een gouden patroon op hun kop.

Leefwijze

  • De slang leeft meestal in rotsachtige graslanden, omdat hij nogal traag is en zich beschermt door middel van camouflage.
  • Hij leeft voornamelijk op het land, maar is een goede zwemmer die ook nog kan klimmen.
  • Wordt vaak gezien naast voetpaden, liggend in de zon. Bij nadering van een 'indringer' blijft hij meestal stil liggen.
  • Bijt zeer graag en is in staat met zeer grote snelheid aan te vallen, vanaf een afstand van ongeveer één derde van zijn lichaamslengte.
  • Meestal 's nachts actief.
  • Gaat niet graag op zoek naar voedsel en jaagt ook niet graag; hij valt zijn prooi vanuit een hinderlaag aan als deze toevallig voorbij komt.
  • Zijn voedsel bestaat uit zoogdieren, vogels, hagedissen en amfibieën.