Koningscobra

Ophiophagus hannah

Geografische informatie

Afbeelding Koningscobra (Latijn: Ophiophagus hannah)
  • Deze soort komt voor in heel Zuid-Oost Azië, Pakistan en India.

Uiterlijk

  • Grote, krachtig gebouwde slang.
  • Gemiddelde lengte en gewicht: respectievelijk 3,6 tot 4 meter en ongeveer 6 kg.
  • Olijfgroen, geelbruin of zwart van kleur met lichtgele kruisvormige banden over de lengte van het lichaam.
  • De onderbuik kan lichtgeel zijn of roomkleurig.
  • De kop van een volgroeide slang kan er indrukwekkend en fors uitzien.
  • De koningscobra heeft een proteroglyf gebit - twee korte, vaste giftanden voorin de kaak waarmee hij gif in zijn prooi spuit.
  • Het mannetje is veel forser dan het vrouwtje.

Giftigheid

  • Het gif is hoofdzakelijk neurotoxisch: het tast het centrale zenuwstelsel van het slachtoffer aan en veroorzaakt onmiddellijk ernstige pijn, wazig zicht, duizeligheid, slaperigheid en uiteindelijk verlamming en overlijden.

Ontwikkeling

  • De paartijd van de koningscobra is in januari.
  • Na maximaal 50 eieren te hebben gelegd, gaat het vrouwtje er opgerold bovenop liggen en blijft daar gedurende de 60- tot 80-daagse broedperiode.
  • De pasgeboren jongen zijn 45 tot 50 cm lang en voorzien van zwarte en witte banden.

Leefwijze

  • Het voedsel van de koningscobra bestaat voornamelijk uit andere slangen, maar velen voeden zich ook met andere kleine dieren (hagedissen, vogels en knaagdieren).
  • Hij gaat de confrontatie met mensen zoveel mogelijk uit de weg.
  • Ze zijn vooral overdag actief.
  • Ze kunnen hun bovenlichaam plat maken door de ribben te spreiden waardoor in de halsstreek de kenmerkende 'kap' ontstaat.