Deze soort komt voor in heel Zuid-Oost Azië, Pakistan en India.
Uiterlijk
Grote, krachtig gebouwde slang.
Gemiddelde lengte en gewicht: respectievelijk 3,6 tot 4 meter en ongeveer 6 kg.
Olijfgroen, geelbruin of zwart van kleur met lichtgele kruisvormige banden over de lengte van het lichaam.
De onderbuik kan lichtgeel zijn of roomkleurig.
De kop van een volgroeide slang kan er indrukwekkend en fors uitzien.
De koningscobra heeft een proteroglyf gebit - twee korte, vaste giftanden voorin de kaak waarmee hij gif in zijn prooi spuit.
Het mannetje is veel forser dan het vrouwtje.
Giftigheid
Het gif is hoofdzakelijk neurotoxisch: het tast het centrale zenuwstelsel van het slachtoffer aan en veroorzaakt onmiddellijk ernstige pijn, wazig zicht, duizeligheid, slaperigheid en uiteindelijk verlamming en overlijden.
Ontwikkeling
De paartijd van de koningscobra is in januari.
Na maximaal 50 eieren te hebben gelegd, gaat het vrouwtje er opgerold bovenop liggen en blijft daar gedurende de 60- tot 80-daagse broedperiode.
De pasgeboren jongen zijn 45 tot 50 cm lang en voorzien van zwarte en witte banden.
Leefwijze
Het voedsel van de koningscobra bestaat voornamelijk uit andere slangen, maar velen voeden zich ook met andere kleine dieren (hagedissen, vogels en knaagdieren).
Hij gaat de confrontatie met mensen zoveel mogelijk uit de weg.
Ze zijn vooral overdag actief.
Ze kunnen hun bovenlichaam plat maken door de ribben te spreiden waardoor in de halsstreek de kenmerkende 'kap' ontstaat.