Groene mamba

Dendroaspis angusticeps

Geografische informatie

Afbeelding Groene mamba (Latijn: Dendroaspis angusticeps)
  • Komt voor in beboste gebieden langs de kust van de Zuid-Afrikaanse Oost-Kaap en ook in Zimbabwe, Mozambique en Malawi.

Uiterlijk

  • Twee grote giftanden aan de voorzijde van de bek.
  • Stevige tanden in beide kaken.
  • De groene mamba is met een gemiddelde lengte van 1,5 meter de kleinste in zijn soort.
  • Glanzend groen van kleur met een lichtere heldergroen-gele buik.
  • De groene mamba is een dunne, sierlijke slang met een zeer karakteristieke kop en een lange, dunne staart.
  • Hij heeft kleine ogen, gladde schubben en een lange rechthoekige kop.
  • Wordt vaak verward met de boomslang (Dispholidus typus).

Giftigheid

  • Zeer giftig. Zeer neurotoxisch (schadelijk voor het zenuwweefsel) en mogelijk fataal.

Beet

  • Weinig of geen zwelling ter plaatse van de beetwond.
  • Twee tandafdrukken op de plek van de beet.

Ontwikkeling

  • De groene mamba is eierleggend.
  • Het vrouwtje legt in de zomer 6 tot 18 eieren, meestal in rottende vegetatie.
  • De pasgeboren slangen zijn vanaf hun geboorte giftig en maximaal 45 cm lang.

Leefwijze

  • De groene mamba leeft voornamelijk in bomen, maar komt ook voor in bamboebosjes, mangobosjes en met struiken begroeide kuststreken.
  • Schuwe, niet-agressieve slang die alleen aanvalt als hij wordt lastig gevallen of in het nauw wordt gedreven.
  • Zijn voedsel bestaat hoofdzakelijk uit vogels, vogeleieren en kleine zoogdieren.
  • De groene mamba is overdag actief, maar is zelden op de grond te zien, tenzij hij achter een prooi aan zit of zich koestert in de zon.