Korte, palmachtige voorpoten die hij gebruikt om te graven.
Levenscyclus
Plant zich voort in december/januari en mei/juni.
1 – 2 nesten per jaar met 1 – 5 jongen per nest.
Meestal te vinden in gemengde loof-/naaldbossen. In de herfst: in hagen, tuinen, velden, bosweggetjes.
1 nest per jaar met 3–4 jongen.
Gewoonten
Voedt zich met aardwormen, insectenlarven en naaktslakken.
Is aanwezig in de meeste gronden op een hoogte van minder dan 1000 m . Ontsiert gazons met molshopen, beschadigt landbouwmachines, bijvoorbeeld oogstmachines, door stenen op te woelen.
Vee kan de poten bezeren in de mollengangen.
Leeft solitair, behalve tijdens de paartijd van februari tot juni.