Mol

Talpa europaea

Uitzicht

Afbeelding Mol (Latijn: Talpa europaea)
  • 15 cm lang. Gewicht 75 - 130 g.
  • Leigrijze, ‘fluweelachtige’ pels.
  • Korte, palmachtige voorpoten die hij gebruikt om te graven.

Levenscyclus

  • Plant zich voort in december/januari en mei/juni.
  • 1 – 2 nesten per jaar met 1 – 5 jongen per nest.
  • Meestal te vinden in gemengde loof-/naaldbossen. In de herfst: in hagen, tuinen, velden, bosweggetjes.
  • 1 nest per jaar met 3–4 jongen.

Gewoonten

  • Voedt zich met aardwormen, insectenlarven en naaktslakken.
  • Is aanwezig in de meeste gronden op een hoogte van minder dan 1000 m . Ontsiert gazons met molshopen, beschadigt landbouwmachines, bijvoorbeeld oogstmachines, door stenen op te woelen.
  • Vee kan de poten bezeren in de mollengangen.
  • Leeft solitair, behalve tijdens de paartijd van februari tot juni.