Walnootbruine vacht die in de winter wat grijzer is.
De voorpoten hebben vier tenen, de achterpoten hebben er vijf.
Ronde neus.
Ontwikkeling
Vrouwtjes zich kunnen 1 tot 5 keer per jaar voortplanten.
Gemiddeld vijf kleintjes per worp.
In hun natuurlijke omgeving leven ze door de aanwezigheid van natuurlijke vijanden korter dan één jaar; in gevangenschap kunnen ze meerdere jaren leven.
Leefwijze
Zichtbaar - Ze zijn het hele jaar door te zien. In de zomer zijn ze vooral 's nachts actief en in de winter overdag.
Voedsel - Grassen en zaden en in de winter boomschors.
Locatie - Open velden, waaronder natte graslanden en vooral gebieden met een dichte plantenbegroeiing.
Nestbouw - ze maken holletjes onder de grond en maken van droog gras een zomernest. Tijdens de winter maken ze een nest boven de grond en onder de sneeuw.