Bamboesnuitkever

Dinoderus minutus

Uitzicht

Afbeelding Bamboesnuitkever (Latijn: dinoderus minutus)
  • Donkerbruin lichaam, plomp, bijna cilindervormig, 2 tot 3,7 mm lang.
  • Voelsprieten worden breder naar het uiteinde toe, de laatste 3 segmenten zijn aanzienlijk groter en eindigen in duidelijk gevormde antenneknuppels.
  • Het bultige borststuk verbergt de kop en heeft tandvormige inkepingen in de afgeronde voorkant. Twee grote deuken achteraan het borststuk.  
  • De vleugelschilden zijn bedekt met kleine kuiltjes en borstelige haren.

Levenscyclus

  • Het wijfje legt 27–35 eieren in het voedselsubstraat, de larven komen uit en boren zich in de plant.
  • De larve ondergaat tot 4 ontwikkelingsfasen en verpopt zich in de plant.
  • De levenscyclus kan onder goede omstandigheden (35 °C, 75% relatieve vochtigheid) amper 60 dagen bedragen, wat tot meerdere voortplantingen per jaar kan leiden.

Gewoonten

  • De larve leeft van bamboestokken, maar van de snuitkever is geweten dat hij zich ook in de maniokwortel voortplant.
  • De larve maakt ronde boorgangen in de plantvezels en laat een perfect rond gaatje achter wanneer ze de plant verlaat.
  • Deze Oost-Aziatische soort komt bij ons binnen via scheepsladingen (bijvoorbeeld tapiocaproducten), houten verpakkingen en zelfs houten muziekinstrumenten.