Dassen hebben een kleine kop, een korte, dikke nek, een korte staart en kleine ogen.
Dassen hebben een kenmerkende zwart-met-wit gestreepte kop en aan het uiteinde van hun oren is hun vacht wit.
Van kop tot staart bedraagt hun lengte maximaal 75 cm. De staart is 15 cm lang.
Dassen wegen 8 tot 10 kg; de mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes.
De Europese/Europees-Aziatische das is inheems in bijna heel West-Europa en grote delen van Azië.
Levenscyclus
Dassen paren gedurende het hele jaar, maar de bevruchte eitjes blijven tot de winter bewaard in de uterus; pas dan zetten ze zich vast in de baarmoeder en hebben verder een normale ontwikkeling.
Nadat de eitjes zich hebben vastgezet in de baarmoeder bedraagt de draagtijd 6 tot 7 weken.
De grootte van het nest van een das varieert van 1 tot 5 jongen, maar bedraagt meestal 2 of 3 jongen.
De dassenjongen worden gedurende 8 weken onder de grond gezoogd en komen pas in het voorjaar tevoorschijn.
De jongen worden na 12 weken gespeend.
Vrouwtjesdassen zijn na 12 tot 15 maanden geslachtsrijp; mannetjesdassen pas na 2 jaar.
Een das kan 12 tot 15 jaar oud worden. Veel dassen overlijden echter eerder als gevolg van menselijke invloeden, ziekte en uitdroging tijdens droge perioden.
Gewoonten
Dassen zijn alleseters en regenwormen vormen hun voornaamste voedselbron. Daarnaast eten ze kevers, naaktslakken, insectenlarven, muizen, fruit en diverse soorten bloembollen.
Dassen zijn voornamelijk 's nachts actief en verschijnen alleen in de schemering om op zoek te gaan naar voedsel.
Ze leven in zgn. ‘dassenburchten’ met verschillende volwassen mannetjes en vrouwtjes en één of twee nesten met jongen.
Sommige dassenburchten zijn reeds door diverse dassengeneraties gebruikt. De burchten kunnen zich dan ook over een groot oppervlak uitspreiden en hebben vaak vele ingangen en kamers.
Dassen houden in de winter geen winterslaap; wel worden ze minder actief.
In een aantal landen zijn zowel de dassen als de dassenburchten wettelijk beschermd.