Soorten motten

Deze insecten zien er erg onschuldig uit, maar ze kunnen veel schade aanrichten aan textiel en voedselvoorraden. Lees hier alles over de levenscyclus, de gewoontes en het uitzicht van elke soort.

Amandelmot

(Ephestia Cautella)

Uitzicht

  • Volwassen insecten: 7 - 9 mm lang met een spanwijdte van 15 – 20 mm. Grijsbruine stroken met lichtere en donkerdere kleuren.
  • Larve: witte, gele of rode tint, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Heeft de neiging om naar donkere plaatsen omhoog te kruipen om zich te verpoppen.

Levenscyclus

  • 31 dagen bij een ideale temperatuur (32°).

Gewoonten

  • Zitten vaak in ladingen geïmporteerd voedsel. Dit ongedierte heeft het vooral gemunt op opgeslagen granen, noten, gedroogd fruit, oliezaden en lijnkoeken. Eet zelden tabak en dierlijke producten.
  • De volwassen insecten eten niet.

Bruine huismot

(Hofmannophila pseudospretella)

Uitzicht

  • Volwassen insect: 8 – 14 mm lang. Donkerbruine voorvleugels, elk met drie of vier zwarte vlekken.
  • Larven: tot 20 mm lang. Vuilwit met een bruine kop. Eerste borstsegment is kastanjebruin.
  • Pop: 15 tot 20 mm lang in een zijden cocon.

Levenscyclus

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Gewoonten

  • De larve kan aanzienlijke afstanden afleggen voordat ze zich verpopt. De larve leeft van zowel plantaardig als dierlijk material, zoals zaden, graan, kurk, linen, wol en bont.

Cacaomot

(Ephestia Elutella)

Uitzicht

  • Afmeting vleugels: 14 à 17 mm als ze gespreid zijn en 8 à 11 mm in rust.
  • De voorste vleugels zijn grijsbruin met 2 lichtere strepen.
  • De achterste vleugels zijn bleker en eerder grijs.
  • De rupsen zijn wit, geel of rood van kleur (hangt af van de voeding) met een bruine kop. Ze worden 10 à 15 mm lang.

Levenscyclus

  • Het wijfle legt ongeveer 100 eitjes - afzonderlijk of in kleine pakketjes.
  • Heeft de neiging om naar donkere plaatsen omhoog te kruipen om zich te verpoppen.
  • De verpopping gebeurt in een cocon.
  • De ontwikkeling hangt af van de temperatuur en de voeding. Naargelang het seizoen duurt de volledige ontwikkeling 2 à 6 maanden.

Gewoonten

  • Voedt zich met tabac en cacaobonen, maar besmet ook voorraden noten, gedroogd fruit, koffie, maïs, kruiden en granen.
  • De volwassen dieren eten niet.
  • De voeding van de larven zorgt voor de grootste schade omdat ze de voedselvoorraad besmetten met hun uitwerpselen en hun enorme cocons.

Dennenprocessierupsvlinder

(Thaumetopoea Pityocampa)

Pine processionary

Uitzicht

  • Volwassen insecten hebben roomkleurige voorvleugels met enkele bruine markeringen en witte achtervleugels.
  • De rupsen hebben een oranjebruine rug met blauwachtige-grijze strepen en blauwachtige-grijze uitsteeksels.

Levenscyclus

  • Dennenprocessierupsvlinders leggen hun eitjes hoog in dennenbomen.
  • Nadat de larven uit de eitjes zijn gekomen, beginnen ze met het eten van dennennaalden en maken ze vijf vervellingen door.
  • Er worden witte, zijdeachtige beschermende nesten gebouwd om de ideale leefomstandigheden te kunnen handhaven.
  • Rond eind maart zijn de rupsen klaar om het nest te verlaten en verplaatsen ze zich langs de boom naar beneden in een kenmerkende processie.
  • Ze graven een gat in de grond om zich daar te verpoppen.
  • Aan het eind van de zomer verschijnen de dennenprocessierupsvlinders.

Habits

  • They are common in habitats with large numbers of fly larvae, e.g. decaying fruit or seaweed, compost. 
  • The larvae and adults are general predators of small insects and other arthropods, including pests of crops.

Eikenprocessierupsvlinder

(Thaumetopoea Processionea)

Eikenprocessierupsvlinder

Uitzicht

  • De Eikenprocessierupsvlinder is een vrij onopvallende, grijsbruine vlinder (actief van half juni tot begin september). Zijn vleugelspanning bedraagt 25 tot 30 mm.
  • De Eikenprocessierupsen hebben op de rug een donkere, brede streep met harige, fluweelachtige gebieden.

Levenscyclus

  • De eitjes (100 tot 200) van de Eikenprocessierupsvlinder overwinteren in een eiermassa op een boomstam. Ze zijn wit en hebben een lengte van 1 mm.
  • In april en mei verschijnen de Eikenprocessierupsen. Ze verplaatsen zich in kenmerkende rijen naast elkaar.
  • Tussen juni en begin juli verpoppen de larven zich, om van eind juli tot begin augustus het nest als vlinders te verlaten.

Gewoonten

  • De Eikenprocessierupsen leven in grote kolonies en doorlopen zes stadia. Vanaf het derde stadium hebben ze brandharen die toxische en allergische reacties kunnen veroorzaken op de huid van mensen.

Graanmot

(Tinea Granella)
tinea-granella

Uitzicht

  • Nachtvlinder van 13 mm lang.
  • Zwart en wit van kleur.

Levenscyclus

  • Leggen hun eitjes op granen en andere voedingswaren.
  • Eitjes komen uit na 1 à 2 weken.

Gewoonten

  • Besmetten opgeslagen graanproducten en andere voedingsmiddelen.
  • Het zijn de rupsen die de schade veroorzaken.
  • De rupsen zitten in dikke zijdecocons.

Indische meelmot

(Plodia Interpunctella)

Uitzicht

  • Volwassen insecten: 7 – 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Het eerste derde van de voorste vleugels zijn vaalgeel van kleur. De rest van de vleugels is roodbruin.
  • Larve: geelwit, roodachtig of groenachtig (afhankelijk van de voeding) met een bruine kop.

Levenscyclus

  • 35 dagen bij 25°. Veel langer bij lagere temperaturen of wanneer ze zich voeden met producten met een lage voedingswaarde.

Gewoonten

  • Eet vooral noten, gedroogd fruit en graangewassen (maïs).

Klerenmot

(Tineola bisselliella)

Uitzicht

  • Volwassen insect: 6 - 8 mm lang. Voorvleugels blinkend goudkleurig-bruingeel zonder tekening met franjes op het uiteinde van de vleugels.
  • Larve: tot 10 mm lang. Roomwit met een goudbruine kop. Leeft in een zijden koker die vaak 10 tot 15 keer langer is dan het lichaam.
  • Pop ongeveer 6 mm lang.

Levenscyclus

  • Van ei tot volwassen insect duurt ongeveer 3 maanden. Een vrouwtje legt 50 tot 100 eieren. Alle stadia (ei, larve, pop en imago) kunnen tegelijkertijd voorkomen.

Gewoonten

  • Komt o.a. voor in vogelnesten.
  • De volwassen mot eet niet, is een slechte vlieger en is lichtschuw.
  • Heeft de voorkeur voor kleding met vlekken.
  • Tast ook opgezette dieren aan en vilt dat gebruikt wordt als isolatiemateriaal.
  • Vraatpatroon is onregelmatig.

Meelmot

(Ephestia kuehniella)
Ephestia kuehniella

Uitzicht

  • Volwassen insecten: 7 – 9 mm lang, spanwijdte van 15 - 20 mm. Zwart met grijze zigzagpatronen over de vleugels.
  • Larve: roze of groene schijn, afhankelijk van het voedsel dat ze eten. Bruine kop. Wonen in een zijdeachtig kokertje.

Levenscyclus

  • 152 dagen bij 17°C; 42 dagen bij 30°

Gewoonten

  • Eten zelden andere voedingsmiddelen dan bloem. De volwassen insecten rusten meestal overdag en vliegen rond in het schemerduister.

Pelsmot

(Tinea pellionella)

Uitzicht

  • Volwassen insect: 6 mm lang en vaalwit van kleur. Donkerbruine voorvleugels met drie vage vlekken (kan lijken op twee vlekken).
  • Larve: tot 10 mm lang. Leeft in een zijden koker, die meestal de kleur heeft van het weefsel dat ze heeft gegeten. Hij draagt deze koker met zich mee.
  • Pop: gevormd in de afgesloten larvekoker.

Levenscyclus

  • Lijkt op de gewone kleermot.

Gewoonten

  • Regelmatige gaten in stoffen.
  • Zeldzamer dan de kleermot. Hij heeft een hogere luchtvochtigheid nodig. Controleer geïmporteerde goederen zoals dierenhuiden of voorwerpen van dierlijke oorsprong.

Witschoudermot

(Endrosis sarcitrella)

Uitzicht

  • Volwassen insect: 6 tot 10 mm lang, kop en borststuk zijn helderwit, voorvleugels zijn gevlekt.
  • Larve: tot 12 mm lang. Ivoorwit met een roodbruine kop.
  • Pop: in een zijden cocon.

Levenscyclus

  • Normaal gezien één generatie per jaar.

Gewoonten

  • Te vinden in onverwarmde buitengebouwen. Heeft een hoge luchtvochtigheid nodig. Tast zelden kleding aan. Leeft van granen, peulvruchten dierlijk en plantaardig afval.
  • Komt gebouwen vaak binnen via vogelnesten.